Hardlopen op wereldniveau op de middellange en lange afstanden is tegenwoordig een keiharde strijd. Er zijn veel toppers en een verslapping of lichte achteruitgang van een topper betekent al snel dat er opvolging door de nieuwe loopkoning plaatsvindt. Deze nieuwe heerser heeft weer modernere methoden of een beter voedingsmiddel tot beschikking en neemt daardoor de fakkel over.

Dit was eind jaren 70 en begin jaren 80 anders toen de Grote Vier op de middellange afstanden de atletiekbanen gedurende meerdere jaren beheersten en er heroische gevechten plaatsvonden tussen deze drie Engelse lopers en hun Marokkaanse opponent. Sebastian Coe, Steve Ovett, Steve Cram en Said Aouita wonnen indertijd werkelijk alle wedstrijden tussen de 800 meter en de 10 kilometer. Alleen dat al was uitzonderlijk omdat lopers tegenwoordig meestal excelleren op 1 of 2 afstanden en niet zoals Aouita op wedstrijden van 800 meter tot 10 kilometer. Voor de andere drie gold dat wat minder: Coe liep met name wereldrecords op de 800 meter, Ovett de 1500 meter en Cram op de 1500 meter en de Engelse mijl. Desondanks gebeurde het nogal eens dat deze lopers in dezelfde wedstrijd uitkwamen. Dit was steevast genieten voor de kijker omdat absoluut nooit vaststond wie welke wedstrijd zou winnen. Op Cram na bezaten zij een scherp eindschot en waren zij sterk in het op het exacte moment inzetten van deze belangrijke eigenschap. Sebastian Coe sprak me het meeste aan omdat hij op een bijna onmogelijk strakke manier zijn sport stuurde om zo zijn loopkwaliteiten fijn te slijpen. Toen ik 14 was kreeg ik een boek dat door Coe en zijn vader en trainer Peter Coe geschreven was. Dat was een werk om van te smullen omdat Coe en Coe tot op grote hoogte uit de doeken deden op welke wijze Sebastian leefde, trainde en zich voorbereidde op wedstrijden. De details die hij hierin beschreef hielden bijvoorbeeld in aan welke kant van de weg hij zijn duurlopen deed, wat hij wanneer in zijn trainngstas stopte en op welke wijze hij de resultaten van een training met zijn vader evalueerde. Alles werd tot in de puntjes geregeld om met name op de 800 meter de absolute top te bereiken en het wereldrecord te verbeteren. Dit laatste lukte Coe twee keer.

Maar er kwam een wedstrijd dat het onverwachtte gebeurde. De Olympische Spelen van Moskou in 1980 toonden aan dat niet alles te plannen is. Zowel Ovett als Coe kwamen uit op de 800 en de 1500 meter. De verwachting was dat Coe als wereldrecordhouder de 800 meter zou beheersen en Ovett kon wel eens de 1500 meter gaan winnen.

De finale 800 meter werd een spektakel met veel geduw in de eerste 300 meter waarbij Ovett ingesloten raakte en Coe een slow start heeft en als laatste komt te lopen. De beide Engelse lopers lopen na de eerste ronde van 400 meter nog steeds in een bijna kansloze positie. Behalve als je Coe of Ovett heet natuurlijk. De doorkomst na de eerste ronde ging in 54 seconden, wat waanzinnig langzaam is op topniveau, maar goed voor de sprinters onder de deelnemers om de wedstrijd af te maken. In feite ideaal voor Coe en Ovett. Met nog 300 meter te gaan ligt Coe nog steeds achteraan in baan 3 en bevindt Ovett zich nog midden in de groep van 8 lopers. Op 150 meter van de finish slaagt Ovett er met grote passen in om een gat te slaan van 2 meter met de nummer 2 terwijl Coe zich naar voren knokt via de buitenkant van het veld. Hij moet hierdoor veel meters maken maar nadert de koplopers. Ovett houdt zijn snelheid echter vast en Coe komt enkele meters tekort en eindigt op de tweede plaats.

Ondanks alle perfecte voorbereidingsactiviteiten en zijn persoonlijk record dat een stuk sneller was dan dat van Ovett loopt Coe de overwinning in de belangrijkste wedstrijd in 4 jaar mis. Enkele dagen later pakt Coe wel de overwinning op de 1500 meter.

En Ovett? Na deze titel moet hij vele jaren wachten op een volgende overwinning op de 800 meter terwijl Coe het wereldrecord aanscherpt tot een buitenaardse 1.41 en een beetje.

De beelden terugzien? Zoek op Youtube en kijk met eigen ogen hoe het er indertijd aan toe ging tijdens de loopwedstrijden.